“In mijn spreekkamer stond gewoon een bakje met sigaretten voor de patiënten.”

Roken tijdens het spreekuur bij de dokter? Vroeger was het heel normaal. Ydo Dolstra was 38 jaar huisarts in zijn praktijk in de Pijp in Amsterdam. Hij zet zich nu in voor een Rookvrije Generatie en neemt ons mee in de tijd dat roken in het bijzijn van kinderen nog heel normaal was.

Een mooi vak

“Huisarts zijn is een mooi vak. Het is bijzonder om zo intiem met zoveel mensen over hun reilen en zeilen te praten. Hun angsten, hun ziektes, kleine en grote problemen. Het is een vak dat je uitvoert met vallen en opstaan. En ik heb daarbij ook veel geleerd van mijn patiënten.”

Rookgordijn in de artsenkamer

“Ik ben op mijn 18e in Amsterdam gaan studeren. Dit was in 1966. Het was een heftige tijd waarin de wereld snel veranderde. De aanstormende jongerengeneratie vond dat alles anders moest en dat voelde je overal, ook op de universiteit. De studie zelf was relatief simpel. Vijf jaar studeren en dan nog een aantal jaren coschappen volgen. Tussen mijn coschappen door ben ik – in ’73 – in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis gaan werken. Een bijzondere plek om te werken, want dat is nu de grootste behandelaar van kanker. Maar het was toen absoluut geen rookvrij ziekenhuis. In de verplegerskamer en in de artsenkamer werd gewoon gerookt. Ik heb tijdens mijn studie nooit gehoord dat roken echt slecht was voor elk mens. Dat gold eigenlijk alleen voor mensen met een longziekte. Die konden maar beter niet roken. Maar dat het een algemeen volksgezondheidsprobleem zou zijn en dat er zoveel mensen aan dood zouden gaan? Dat idee bestond toen nog niet of werd sterk gebagatelliseerd.”

Overal asbakken

“Ik kan me ook geen plaats herinneren waar het toentertijd verboden was om te roken. In de trams, de treinen, tijdens een vergadering, de bioscoop. Waar je ook binnenkwam, overal stond een asbak voor je klaar en je rookte gewoon waar iedereen was. Ja, dus ook bij kinderen en zelfs in het ziekenhuis.”

Sluipende verslaving

“Ikzelf kwam niet echt uit een rookomgeving. Mijn moeder rookte bijvoorbeeld ook niet. M’n allereerste sigaret kan ik me ook niet echt meer herinneren. Maar het was waarschijnlijk rond m’n 14e met vriendjes in de buurt. Waar je dan vervolgens kotsmisselijk van werd. Ik ben relatief laat echt begonnen met roken – volgens mij was ik een jaar of 23. Het ging eigenlijk vanzelf. Het begint met een sigaretje en de verslaving sluipt erin. Ik ging van sigaretten over op shag en van shag over op sigaar roken. Dat vond ik een zeer plezierige bezigheid.”

Rokertje als sociaal smeermiddel

“Zo gebruikelijk als het vroeger was, dat is nu haast niet meer voor te stellen. In mijn praktijk stond gewoon een beker op tafel met sigaretten. In alle vormen, voor elk wat wils. Een mooie lange sigaret met een mondstuk eraan voor de dames en een korte, stevige voor de heren. En als ik een moeilijk gesprek moest voeren, bood ik eerst een rokertje aan als sociaal smeermiddel. Want ik dacht soms dat het zonder niet zou lukken. Bijna iedere patiënt rookte. Sommigen waren kettingrokers en anderen gelegenheidsrokers. Ik denk dat ik tot de laatste categorie behoorde. Ik beperkte het roken steeds meer tot enkele momenten op de dag.”

“Waar je ook binnenkwam, overal stond een asbak voor je klaar en je rookte. Ja, dus zelfs in het ziekenhuis.”

Rookvrije praktijk

“We zijn geleidelijk een rookvrije praktijk geworden, vanaf het moment dat mijn collega vertelde dat hij niet meer rookte. De assistente en ikzelf besloten om in de wachtkamer en in de rest van de praktijk ook niet meer te roken. Dat was positief, maar ik ben daarnaast zelf nog wel lang door blijven roken. Als een struisvogel met zijn kop in het zand en de gedachte van: ach, dat ene sigaartje per dag, kan toch geen kwaad? De rekening daarvan werd later wel gepresenteerd. Want ik zie niet alleen slachtoffers, maar ben zelf ook een slachtoffer geworden. Ironisch genoeg, kreeg ik pas hartproblemen toen ik al gestopt was met roken. Ik weet natuurlijk niet zeker of het door het roken komt, maar het zal zeker een bijdrage hebben geleverd. Inmiddels ben ik al een tijd gestopt met roken, maar ik ben er ook nu nog steeds niet helemaal zeker van dat ik – als er bijvoorbeeld iets ingrijpends gebeurt – nooit meer naar een sigaartje zou grijpen. Niet beginnen is de beste leerschool. Want voor je het weet zit je eraan vast. En er weer vanaf komen, is een hell of a job.”

Handen vol

“Tot de jaren 80 waren er zulke grote andere problemen – zoals HIV, demografische veranderingen door migratie en ethische vraagstukken zoals abortus en euthanasie – dat het roken een beetje ondersneeuwde en er simpelweg geen tijd was om het probleem echt aan te pakken. Dat was tenminste in mijn vak als huisarts het geval, maar ook bij grotere gezondheidsinstellingen zoals de GGD. Zij hadden hun handen vol aan andere problemen – zoals je nu ook ziet met corona. Pas toen anderen zich ermee gingen bemoeien – met name de wetenschap – werd er steeds meer over bekend en kreeg het een groter draagvlak.”

Tijd voor bewustzijn

“Je las steeds vaker in publicaties dat roken slecht is. En er werd steeds meer bekend over preventieve geneeskunde – over de gevolgen van drinkgedrag en rookgedrag. Het bewustwordingsproces vond plaats in een snelkookpan. Maar sinds de laatste 15 á 20 jaar is er pas echt een tegenbeweging met de boodschap dat je jezelf wat aandoet als je rookt. En niet alleen jezelf, maar ook je omgeving. Langzamerhand is het not done om zomaar overal te roken.”

Aan ‘t hart

“Mijn loopbaan als huisarts is uiteindelijk in een korte tijd beëindigd. In 2012 ben ik met pensioen gegaan nadat mijn collega – waar ik in al die jaren mee heb samengewerkt – op zijn 64ste in korte tijd is overleden aan kanker. Wij waren vier handen op een buik. Achteraf heb ik wel spijt dat ik eerder ben gestopt, maar zo gaat het leven soms. Bijzonder is wel dat wij – toen ik wegging – op de praktijk een praktijkondersteuner hadden die mensen begeleidt bij het te stoppen met roken.”

Maak je sterk voor onze kinderen

“Ik vind het belangrijk om me in te zetten voor een Rookvrije Generatie. Je doet het voor de jongere generatie – net zoals dat we het klimaat moeten besparen. En dat doe je niet door dingen te verbieden, want dat heeft geen zin. Praat erover en geef het goede voorbeeld. Dat zijn dingen waar ik me sterk voor maak bij mijn kleinkinderen. Zo gebruikelijk als roken vroeger was, dat is nu niet meer voor te stellen. Het is ons samen gelukt om deze slechte gewoonte meer onder controle te krijgen. Dat is de winst die we toch wel hebben behaald met elkaar. Maar we zijn er nog lang niet.”